YMCA bureau Noord Oost

Rondom 5 december

Liedjesspel

 

Materiaal: Verschillende gekleurde papiertjes, pen, spelden.

Spelvoorbereiding: Verzin een aantal titels van Sinterklaasliedjes en schrijf één woord uit één titel op een papiertje. Bijv.

‘Zie ginds komt de stoomboot’ = vijf rode papiertjes met één woord: zie/ginds/komt/de/stoomboot. ‘Sinterklaas is jarig = drie groene briefjes: Sinterklaar/is/jarig.

Iedere speler krijgt één briefje op de rug gespeld en moet al zoekend en lezend ‘uitvinden’ welk woord hij uit welk liedje heeft. Er mag niet gesproken worden. Laat de spelers de woorden die ze zien per kleur opschrijven zodat ze uiteindelijk hun eigen liedje vinden.

 

De baard van Sinterklaas

 

Materiaal: Vellen papier, lijm, watten, opdrachten.

Teken voor iedere groep een levensgroot hoofd van Sinterklaas. De baard (plukken watten) moeten ‘gespaard’ worden door diverse opdrachten uit te voeren. Bijvoorbeeld:

- Geef een aantal doosjes, verschillend van formaat. Deze moeten netjes worden ingepakt.

- Teken een mijter en verknip deze in stukken. Laat deze puzzel oplossen.

- Schrijf woorden uit Sinterklaasliedjes op en laat de bijbehorende titels opschrijven.

De opdrachten moeten bij de leiding gehaald worden. Eén voor één. Eenmaal uitgevoerd, dient de opdracht ingeleverd te worden en goedgekeurd. De groep ontvangt een pluk watten. Wie heeft als eerste ‘een Sint met een baard?’

Variatie: Je neemt een ansichtkaart voor iedere groep. Deze wordt in een aantal stukken geknipt en genummerd. Bij ieder stukje van de kaart hoort een opdracht. Is deze goed uitgevoerd, dan ontvangt de groep dat stukje van de ansichtkaart. Welke groep heeft als eerste alle stukken bij elkaar?

 

Piet bewaakt de zak

 

Materiaal: Blinddoek, zak, pepernoten.

De spelers zitten in een kring. Piet zit geblinddoekt in het midden met een zak pepernoten, die hij moet bewaken. De leider wijst een speler aan die de zak moet halen, zonder door Piet afgetikt te worden. Lukt het, dan wordt hij Piet. Lukt het niet, dan krijgt een ander de beurt om de zak weg te halen. Welke Piet

heeft de zak het best bewaard?

 

Sinterklaasganzenbord

 

Materiaal: 2 kleuren karton, opdrachtkaartjes, dobbelstenen, pepernoten.
Knip van beide kleuren kartonnen kaartjes. De ene kleur staat voor opdrachten. Nummer de hele stapel van 1 t/m 63. Opdrachtkaartjes zijn de nummers waar op de surprises vallen. De surprises (= opdrachtkaartjes) zijn in het bezit van Piet (= spelleider). Voorbeelden van opdrachten van de surprisekaarten:

- Vouw van kranten een stoomboot

- Geef 4 pepernoten aan de groep die na je komt.

- Maak een Sinterklaasgedicht van 4 regels.

- Ga terug naar 1 en ontvang 3 pepernoten.

- Maak een tekening van Piet.

- Verzin 5 titels van Sinterklaasliedjes.

- Ga 3 plaatsen terug en geef  Piet 5 pepernoten.

- Gooi in 3 worpen 1 x 6. Lukt dit niet, ga dan terug naar nummer 23.

Zorg voor een groot aantal leuke opdrachten!

De 63 kaartjes worden uitgelegd op de grond of opgehangen aan de wand in goede volgorde.

Er worden groepjes gevormd van ± 3 spelers. Iedere groep heeft 1 dobbelsteen en krijgt bij aanvang 30 pepernoten. De groep die het hoogste aantal ogen gooit, mag als eerste starten. Komt een groep op een surprisenummer, dan gaat deze groep naar Piet om een surprisekaart te trekken en voert de opdracht uit. Pas als dit gedaan is, mag er verder worden gespeeld. Staat een groep op 63 dan is het spel niet afgelopen. De groep gaat naar Piet en ontvangt 25 pepernoten en gaat door naar 3. Het spel is ten einde als Piet een sein geeft. De groep die de meeste pepernoten heeft, is winnaar. Vervolgens worden de pepernoten verdeeld

en ... opgegeten!

 

Een spel van Sint en Piet

Dit spel is bedoeld voor een pakjesavond.

 

Materiaal: Kartonnen kaartjes met plaatjes of tekeningen.

Maak een groot aantal kaartjes over Sint en Piet, steeds 2 dezelfde (memorie). De plaatjes kun je halen uit tijdschriften, internet en folders. Maak iets meer paren kaartjes dan er deelnemers zijn. Dit maakt het spannend tot aan het eind. Als er niet voldoende verschillende plaatjes te vinden zijn, teken er dan wat ‘Sintjes en Pietjes’ bij of losse onderdelen, bijvoorbeeld  2 mijters, 2 zakken. Maar wel steeds twee dezelfde!  Zorg ervoor dat de kaartjes aan de achterkant allemaal hetzelfde zijn.

Spelverloop: Leg de kaartjes willekeurig in rijen op de grond met de afbeelding naar beneden. De deelnemers mogen om de beurt twee kaartjes omdraaien en weer terugkeren. Wie twee dezelfde plaatjes heeft, haalt deze eruit en zoekt zijn of haar cadeautje uit de grote hoop en mag dit uitpakken. Daarna gaat het spel verder met steeds minder deelnemers tot iedereen zijn cadeautje heeft.

 

Teken Piet

 

Materiaal: Per groep een dobbelsteen, voor iedere speler een potlood en een vel papier.

Verdeel de spelers in kleine groepjes van bijvoorbeeld 4 personen. Elke groep zit aan een tafel. Om beurten mogen de spelers in de groep met de dobbelsteen gooien. Gooit er iemand 1, dan mag hij het hoofd van Piet tekenen. Bij 2 de kraag. Bij 3 het lijf. Bij 4 de broek. Bij 5 de armen en benen en bij zes de baret. Wie in de groep heeft het eerst zijn Piet klaar?

Variatie: Het spel kan ook eindigen als alle spelers van één groep hun Piet af hebben. In plaats van Piet kan ook Sinterklaas getekend worden.